| Meetperiode | Flevoland | Nederland |
|---|---|---|
| 2022 | 65 | 2.610 |
| 2023 | 60 | 2.595 |
| 2024 | 70 | 2.650 |
| 2025 | 60 | 2.640 |
| 2026 | 60 | 2.705 |
Vestigingen op 1 januari. Tot en met 2024 zijn de cijfers definitief, de standen over 2025 en 2026 zijn voorlopig. Onafhankelijke afronding kan een klein verschil opleveren. CBS StatLine 81578NED; selectie 314000, PV24.
De meetpunten voor Flevoland
Het verloop in Flevoland begint bij 65 in 2022 en bereikt 60 in 2026. In volgorde van de meetpunten zijn de tussenstappen -5, +10, -10, 0 vestigingen. De grootste absolute stap voor Kledingindustrie valt tussen 2023 (60) en 2024 (70). In deze selectie geldt 2023 met 60 als laagste meetpunt, en 2024 met 70 als hoogste. De eindwaarde ligt daarmee 10 onder dat maximum en 0 boven het minimum van Flevoland.
Hoe verhoudt Kledingindustrie zich tot het gebied?
Van 2022 tot 2026 verschoof het totaal voor Flevoland van 53.915 naar 64.395 vestigingen. De verandering binnen Kledingindustrie was -5, bij een totale regionale beweging van +10.480. In 2022 kwam de categorie daarmee uit op 0,12 procent van Flevoland en in 2026 op 0,09 procent. Binnen dezelfde regio heeft Carrosserieherstel een bijna zo grote telling (60), vanuit 50 bij het eerste meetpunt. Sommige branchegroepen binnen de bron overlappen; deze twee categorieën zijn apart vergeleken.
Van Flevoland naar de landelijke reeks
Voor heel Nederland bedraagt Kledingindustrie in 2026 2.705 vestigingen; in 2022 waren het er 2.610. De landelijke beweging over dat venster komt neer op +3,6%, tegenover -7,7% voor Flevoland. In absolute aantallen ligt Nederland +95 ten opzichte van de beginmeting. Het aandeel van Flevoland in de nationale reeks gaat van 2,49 naar 2,22 procent. Dat verloopt niet noodzakelijk in dezelfde richting als het aandeel van Kledingindustrie binnen het regionale totaal van 64.395.
Welke gebieden lijken op de eindstand?
Onder de 12 vergelijkbare gebieden met een positieve meetwaarde voor Kledingindustrie en een beschikbare beginmeting zijn er 10 met een hogere eindstand dan Flevoland. De stand van 60 is binnen deze selectie niet gedeeld. Het dichtst in absolute aantallen komt Drenthe met 65, gevolgd door Zeeland met 55. Relatief aan het eigen regionale totaal lopen de andere gebieden van 0,08 procent in Utrecht tot 0,13 procent in Limburg. Ter vergelijking staat Flevoland op 0,09 procent voor Kledingindustrie.
Van een provinciale beweging naar een bezichtiging
Begin voor een locatieverkenning bij Kledingindustrie in Flevoland met de provinciale telling van 60. Onderzoek vervolgens één eigen verzorgingsgebied. Hoeveel van zulke vestigingen kom je binnen dat gebied werkelijk tegen? Controleer naast de kaart ook Carrosserieherstel, waarvoor het CBS in Flevoland 60 vestigingen vermeldt. Een onderneming die op straat hetzelfde publiek lijkt te bedienen kan onder een andere bedrijfsactiviteit vallen. In Drenthe bedraagt de telling voor Kledingindustrie 65; voor een locatiegesprek blijft de lokale afstand belangrijk.
Vragen voor het vervolg
- Welke waarneming op locatie zou een provinciale ontwikkeling in perspectief plaatsen?
- Bij welke twee meetpunten binnen Kledingindustrie zou je eerst extra context opvragen?
- Wat heb je naast de telling voor Flevoland nodig om de volgende stap te onderbouwen?
Bronnen
Welke bron wil je onderzoeken?
Welke locatie of ontwikkeling binnen Kledingindustrie in Flevoland wil je verder uitzoeken?
