| Meetperiode | Limburg | Nederland |
|---|---|---|
| 2022 | 15 | 400 |
| 2023 | 20 | 395 |
| 2024 | 25 | 405 |
| 2025 | 25 | 430 |
| 2026 | 30 | 445 |
Vestigingen op 1 januari. Tot en met 2024 zijn de cijfers definitief, de standen over 2025 en 2026 zijn voorlopig. Onafhankelijke afronding kan een klein verschil opleveren. CBS StatLine 81578NED; selectie 314600, PV31.
De meetpunten voor Limburg
Het verloop in Limburg begint bij 15 in 2022 en bereikt 30 in 2026. In volgorde van de meetpunten zijn de tussenstappen +5, +5, 0, +5 vestigingen. De grootste absolute stap voor Baby- en sportkledingindustrie valt tussen 2022 (15) en 2023 (20). In deze selectie geldt 2022 met 15 als laagste meetpunt, en 2026 met 30 als hoogste. De eindwaarde ligt daarmee 0 onder dat maximum en 15 boven het minimum van Limburg.
Hoe verhoudt Baby- en sportkledingindustrie zich tot het gebied?
Van 2022 tot 2026 verschoof het totaal voor Limburg van 118.280 naar 133.195 vestigingen. De verandering binnen Baby- en sportkledingindustrie was +15, bij een totale regionale beweging van +14.915. In 2022 kwam de categorie daarmee uit op 0,01 procent van Limburg en in 2026 op 0,02 procent. Binnen dezelfde regio heeft Afvalwaterinzameling en -behandeling een bijna zo grote telling (30), vanuit 10 bij het eerste meetpunt. Sommige branchegroepen binnen de bron overlappen; deze twee categorieën zijn apart vergeleken.
Binnen de bredere bedrijfstak Kledingindustrie
Het CBS deelt Baby- en sportkledingindustrie in onder de bredere SBI-afdeling 14 (Kledingindustrie). In Limburg omvat die in 2026 175 vestigingen, waarvan 30 in de specifiek geselecteerde categorie vallen. Dat geeft een aandeel van 17,14 procent. Voor Nederland komt Baby- en sportkledingindustrie binnen dezelfde afdeling uit op 445 van 2.705, dus 16,45 procent. In 2022 was de verhouding voor Limburg nog 15 op 170 (8,82 procent).
Voor de afdeling Kledingindustrie vermeldt de oprichtingenstatistiek in Limburg over 2025 10 nieuwe vestigingen. Die telling hoort bij het bredere niveau 14. Wie de 10 als nieuwe vestigingen van alleen Baby- en sportkledingindustrie zou beschrijven, gebruikt de verkeerde afbakening. Ter voorbereiding op een locatiebezoek kun je dus de actuele stand van 30 in Limburg vergelijken met de instroom van de bredere afdeling, mits je in de bespreking de twee categorieën uit elkaar houdt.
Van Limburg naar de landelijke reeks
Voor heel Nederland bedraagt Baby- en sportkledingindustrie in 2026 445 vestigingen; in 2022 waren het er 400. De landelijke beweging over dat venster komt neer op +11,3%, tegenover +100% voor Limburg. In absolute aantallen ligt Nederland +45 ten opzichte van de beginmeting. Het aandeel van Limburg in de nationale reeks gaat van 3,75 naar 6,74 procent. Dat verloopt niet noodzakelijk in dezelfde richting als het aandeel van Baby- en sportkledingindustrie binnen het regionale totaal van 133.195.
Welke gebieden lijken op de eindstand?
Onder de 12 vergelijkbare gebieden met een positieve meetwaarde voor Baby- en sportkledingindustrie en een beschikbare beginmeting zijn er 4 met een hogere eindstand dan Limburg. De stand van 30 is binnen deze selectie niet gedeeld. Het dichtst in absolute aantallen komt Overijssel met 25, gevolgd door Utrecht met 25. Relatief aan het eigen regionale totaal lopen de andere gebieden van 0,01 procent in Utrecht tot 0,03 procent in Zeeland. Ter vergelijking staat Limburg op 0,02 procent voor Baby- en sportkledingindustrie.
Van een provinciale beweging naar een bezichtiging
Begin voor een locatieverkenning bij Baby- en sportkledingindustrie in Limburg met de provinciale telling van 30. Onderzoek vervolgens één eigen verzorgingsgebied. Hoeveel van zulke vestigingen kom je binnen dat gebied werkelijk tegen? Controleer naast de kaart ook Afvalwaterinzameling en -behandeling, waarvoor het CBS in Limburg 30 vestigingen vermeldt. Een onderneming die op straat hetzelfde publiek lijkt te bedienen kan onder een andere bedrijfsactiviteit vallen. In Overijssel bedraagt de telling voor Baby- en sportkledingindustrie 25; voor een locatiegesprek blijft de lokale afstand belangrijk.
Vragen voor het vervolg
- Welke waarneming op locatie zou een provinciale ontwikkeling in perspectief plaatsen?
- Bij welke twee meetpunten binnen Baby- en sportkledingindustrie zou je eerst extra context opvragen?
- Wat heb je naast de telling voor Limburg nodig om de volgende stap te onderbouwen?
Bronnen
Welke bron wil je onderzoeken?
Welke locatie of ontwikkeling binnen Baby- en sportkledingindustrie in Limburg wil je verder uitzoeken?
