| Meetperiode | Noord-Holland | Nederland |
|---|---|---|
| 2022 | 65 | 400 |
| 2023 | 65 | 395 |
| 2024 | 65 | 405 |
| 2025 | 65 | 430 |
| 2026 | 75 | 445 |
Vestigingen op 1 januari. Tot en met 2024 zijn de cijfers definitief, de standen over 2025 en 2026 zijn voorlopig. Onafhankelijke afronding kan een klein verschil opleveren. CBS StatLine 81578NED; selectie 314600, PV27.
De meetpunten voor Noord-Holland
Het verloop in Noord-Holland begint bij 65 in 2022 en bereikt 75 in 2026. In volgorde van de meetpunten zijn de tussenstappen 0, 0, 0, +10 vestigingen. De grootste absolute stap voor Baby- en sportkledingindustrie valt tussen 2025 (65) en 2026 (75). In deze selectie geldt 2022 met 65 als laagste meetpunt, en 2026 met 75 als hoogste. De eindwaarde ligt daarmee 0 onder dat maximum en 10 boven het minimum van Noord-Holland.
Hoe verhoudt Baby- en sportkledingindustrie zich tot het gebied?
Van 2022 tot 2026 verschoof het totaal voor Noord-Holland van 461.220 naar 533.190 vestigingen. De verandering binnen Baby- en sportkledingindustrie was +10, bij een totale regionale beweging van +71.970. In 2022 kwam de categorie daarmee uit op 0,01 procent van Noord-Holland en in 2026 op 0,01 procent. Binnen dezelfde regio heeft Chocolade- en suikerwerkindustrie een bijna zo grote telling (75), vanuit 60 bij het eerste meetpunt. Sommige branchegroepen binnen de bron overlappen; deze twee categorieën zijn apart vergeleken.
Binnen de bredere bedrijfstak Kledingindustrie
Het CBS deelt Baby- en sportkledingindustrie in onder de bredere SBI-afdeling 14 (Kledingindustrie). In Noord-Holland omvat die in 2026 665 vestigingen, waarvan 75 in de specifiek geselecteerde categorie vallen. Dat geeft een aandeel van 11,28 procent. Voor Nederland komt Baby- en sportkledingindustrie binnen dezelfde afdeling uit op 445 van 2.705, dus 16,45 procent. In 2022 was de verhouding voor Noord-Holland nog 65 op 630 (10,32 procent).
Voor de afdeling Kledingindustrie vermeldt de oprichtingenstatistiek in Noord-Holland over 2025 75 nieuwe vestigingen. Die telling hoort bij het bredere niveau 14. Wie de 75 als nieuwe vestigingen van alleen Baby- en sportkledingindustrie zou beschrijven, gebruikt de verkeerde afbakening. Ter voorbereiding op een locatiebezoek kun je dus de actuele stand van 75 in Noord-Holland vergelijken met de instroom van de bredere afdeling, mits je in de bespreking de twee categorieën uit elkaar houdt.
Van Noord-Holland naar de landelijke reeks
Voor heel Nederland bedraagt Baby- en sportkledingindustrie in 2026 445 vestigingen; in 2022 waren het er 400. De landelijke beweging over dat venster komt neer op +11,3%, tegenover +15,4% voor Noord-Holland. In absolute aantallen ligt Nederland +45 ten opzichte van de beginmeting. Het aandeel van Noord-Holland in de nationale reeks gaat van 16,25 naar 16,85 procent. Dat verloopt niet noodzakelijk in dezelfde richting als het aandeel van Baby- en sportkledingindustrie binnen het regionale totaal van 533.190.
Welke gebieden lijken op de eindstand?
Onder de 12 vergelijkbare gebieden met een positieve meetwaarde voor Baby- en sportkledingindustrie en een beschikbare beginmeting zijn er 0 met een hogere eindstand dan Noord-Holland. De stand van 75 is binnen deze selectie niet gedeeld. Het dichtst in absolute aantallen komt Gelderland met 70, gevolgd door Noord-Brabant met 70. Relatief aan het eigen regionale totaal lopen de andere gebieden van 0,01 procent in Utrecht tot 0,03 procent in Zeeland. Ter vergelijking staat Noord-Holland op 0,01 procent voor Baby- en sportkledingindustrie.
Van een provinciale beweging naar een bezichtiging
Begin voor een locatieverkenning bij Baby- en sportkledingindustrie in Noord-Holland met de provinciale telling van 75. Onderzoek vervolgens één eigen verzorgingsgebied. Hoeveel van zulke vestigingen kom je binnen dat gebied werkelijk tegen? Controleer naast de kaart ook Chocolade- en suikerwerkindustrie, waarvoor het CBS in Noord-Holland 75 vestigingen vermeldt. Een onderneming die op straat hetzelfde publiek lijkt te bedienen kan onder een andere bedrijfsactiviteit vallen. In Gelderland bedraagt de telling voor Baby- en sportkledingindustrie 70; voor een locatiegesprek blijft de lokale afstand belangrijk.
Vragen voor het vervolg
- Welke waarneming op locatie zou een provinciale ontwikkeling in perspectief plaatsen?
- Bij welke twee meetpunten binnen Baby- en sportkledingindustrie zou je eerst extra context opvragen?
- Wat heb je naast de telling voor Noord-Holland nodig om de volgende stap te onderbouwen?
Bronnen
Welke bron wil je onderzoeken?
Welke locatie of ontwikkeling binnen Baby- en sportkledingindustrie in Noord-Holland wil je verder uitzoeken?
